HBO niveau

In Nederland worden in toenemende mate steeds meer beroepsopleidingen aangeboden. Deze opleidingen zijn gericht op het opleiden voor een bepaald beroep of voor specifieke onderdelen van een beroep. Het verzorgen van deze opleidingen gebeurt enerzijds door het reguliere, het door de minister van VWS bekostigde, beroepsonderwijs en anderzijds door particuliere instellingen, beroepsorganisaties en het bedrijfsleven.

Met name bij de particuliere opleidingen worden steeds meer opleidingen aangeboden met het predicaat 'opleiding op HBO-niveau'.

Hiermee wil de aanbieder aangeven dat de aangeboden opleiding kan wedijveren met de door de minister erkende hogere beroepsopleidingen, zoals deze worden verzorgd door de Hogescholen in Nederland. Met deze toegevoegde kwalificatie geeft de aanbieder de potentiële beroepsbeoefenaar en het beroepenveld een garantie inzake het niveau en de inhoud van de betreffende opleiding. De opleiding onderscheidt zich hiermee van lagere niveau's, maar - weliswaar minder geaccentueerd - ook van een hoger niveau van gelijknamige beroepsopleidingen. Wat gaat echter schuil achter dat klaarblijkelijk zeer begeerde predikaat 'opleiding op HBO-niveau'? Wat mag de aanstaande beroepsbeoefenaar die deze opleiding gaat volgen, maar ook het beroepenveld en de maatschappij, van een op dit niveau opgeleide beroepsbeoefenaar qua deskundigheid en inzetbaarheid verwachten?

Onderwijsniveau's

Binnen het reguliere, bekostigde beroepsonderwijs zijn vier niveau's aan te geven.

  1. Op Het laagste niveau kennen wij het VBO als voorbereidend beroepsonderwijs. Voorheen was dit het LBO (lager beroepsonderwijs). In tegenstelling tot het VBO was het LBO veel meer beroepsonderwijs dat gericht was op een eindniveau. Het leidde op voor een beroep in een uitvoering op het laagste niveau. Het VBO is meer gericht op de voorbereiding op een beroep, waarna doorleerrmogelijkheden worden aangeboden om binnen het betreffende beroep op het lage niveau adequaat inzetbaar te zijn.
  2. Een niveau hoger is het MBO als middelbaar beroepsonderwijs. Dit onderwijs kent 3- en 4-jarige opleidingen. Kort samengevat leidt dit onderwijs op tot assisterenden in de beroepsuitoefening. Er is geen sprake van een zelfstandige beroepsuitvoering, maar de mbo-opgeleide werkt in opdracht van een direct leidinggevende aan onderdelen van de beroepsuitvoering. Zijn verantwoordelijkheid betreft zijn eigen beroepsmatig handelen binnen de gegeven opdracht.
  3. Na het MBO-niveau komt het HBO-niveau als hoger beroepsonderwijs. Een HBO-er is opgeleid om zelfstandig te kunnen werken in een praktijksituatie. In tegenstelling tot de universitair geschoolde is hij niet wetenschappelijk geschoold. Met name geldt dit voor wetenschappelijk onderzoek. Wel is hij in staat om vanuit de wetenschap aangereikte principes toe te passen, wetenschappelijk onderzoek te interpreteren, werkprocedures te evalueren en deze bij te stellen en binnen zijn beroep te werken aan professionalisering en innovatie. Hij is verantwoordelijk voor de beroepsuitoefening op het (deel)gebied waarvoor hij is opgeleid en functioneert hiermee op het eerste deskundigheidsniveau.
  4. Het hoogste niveau van de beroepsuitoefening is het universitaire niveau waarop de opgeleide als academicus in staat is wetenschappelijk onderzoek te verrichten, het geheel van zijn beroepsgebied te overzien en hierin volkomen zelfstandig te functioneren. Het is voor een academicus mogelijk zich te richten of op de wetenschappelijke beroepsbeoefening of op het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Over het algemeen ligt binnen het betreffende beroepsgebied de eindverantwoordelijkheid bij de universitair opgeleide. Binnen deze verantwoordelijkheid kan hij bepaalde (specialistische) delen van het beroepsgebied als zogenoemde voorbehouden handelingen overdragen aan beroepsbeoefenaren van een lager niveau.

Bij het betreden van een hoger niveau zien we in het functioneren over het algemeen een toename van:

Kenmerken van het hoger beroepsonderwijs

Het HBO-niveau is een centraal begrip binnen de HBO standaard, zoals dit door de landelijke HBO-raad is geformuleerd. De HBO-raad is de Vereniging van de hogescholen in Nederland. Deze behartigt de belangen van de hogescholen, treedt namens de scholen in overleg met de minister van OC&W en synchroniseert binnen het hoger onderwijs vele zaken. Dat betreft o.a. het onderwijsexamenreglement, de kwaliteitsbewaking, de visitaties en zelfevaluaties en ook het HBO-niveau. Dit laatste zegt iets over hetgeen waarmee hogescholen zich van andere onderwijssoorten onderscheiden. Het aangeven van wat nu precies een HBO-niveau is, is geen gemakkelijke zaak. Het gaat hierbij om het denk- en werkniveau, waarbij de mate van deskundigheid bij het analyseren en oplossen van problemen tot een professioneel en duurzaam resultaat moet leiden.

Bij de inhoudelijke operationalisering van het begrip 'HBO-niveau' komt een aantal kernbegrippen naar voren, die te zamen een goed beeld geven van het functioneren op HBO-niveau. Het gaat hierbij echter niet om de realisering van de geïsoleerde begrippen en onderdelen waarmee het hoger beroepsonderwijs zich onderscheidt van middelbaar beroepsonderwijs en universitair onderwijs, maar om realisering van het totaalpakket van de hieronder genoemde kernbegrippen.

Brede professionalisering

Hiermee wordt bedoeld de mate van professionalisering die voor de beginnend beroepsbeoefenaar nodig is om binnen een arbeidsorganisatie goed te kunnen en te blijven functioneren en voor het zelfstandig uitvoeren van taken nu en in de toekomst. Maar een brede professionalisering is ook nodig voor het bouwen aan en verder ontwikkelen van de eigen beroepsuitoefening, de beroepsattitude en het beroep zelf.

Het begrip 'education permanente' is hierbij een zwaarwegend onderdeel.

Multidisciplinaire integratie

Juist op HBO-niveau is het belangrijk integratief te kunnen denken en integratief te kunnen werken vanuit het perspectief van het beroepsmatig handelen inzake kennis, inzichten, methodieken en vaardigheden vanuit verschillende vakinhoudelijke disciplines.

Toepassing van wetenschappelijke inzichten

Wetenschappelijk onderzoek dient vertaald te kunnen worden in een praktisch handelen. Bij het oplossen van probleemstellingen, waarmee een HBO-er geconfronteerd wordt, dient hij in staat te zijn relevante wetenschappelijke inzichten, theorieën, concepten en onderzoeksresultaten te kunnen toepassen.

Transfer en brede inzetbaarheid

Op HBO-niveau dient een beroepsbeoefenaar in staat te zijn kennis, inzichten en vaardigheden in meerdere uiteenlopende beroepssituaties te kunnen toepassen.

Creativiteit en complexiteit in handelen

Dit houdt in dat de beroepsbeoefenaar in staat is om vraagstukken die zich in de beroepspraktijk voordoen, waarvan het probleem op voorhand niet duidelijk is omschreven en waarop standaardprocedures niet van toepassing zijn, met professionele kwaliteit tot oplossing te brengen.

Probleemgericht werken

Op basis van relevante kennis en theoretische en praktische inzichten, dient hij complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk zelfstandig te kunnen definiëren en analyseren. In dit licht dient hij zinvolle (nieuwe) oplossingsstrategieën te ontwikkelen en toe te passen. Hij dient de effectiviteit van deze strategieën te kunnen beoordelen en te evalueren.

Methodisch en reflectief denken en handelen

Hiermee wordt bedoeld dat een beroepsbeoefenaar op HBO-niveau realistische doelen kan stellen, werkzaamheden kan plannen en planmatig kan afwerken. Tevens kan hij, op basis van het verzamelen en analyseren van relevante informatie, reflecteren op zijn beroepsmatig handelen.

Sociaal communicatieve bekwaamheid

Hij dient te kunnen communiceren en te kunnen samenwerken met anderen in de sociale context van zijn beroepsmatig handelen en te kunnen voldoen aan de eisen die het participeren in een arbeidsorganisatie stelt.

Basiskwalificering voor managementfuncties

Op HBO-niveau dient een beroepsbeoefenaar eenvoudige leidinggevende en manamenttaken te kunnen uitvoeren. Over het algemeen zal aan hem gevraagd worden leiding te geven aan een aantal medewerkers en dient hij in staat te zijn hun werkzaamheden te managen.

Consequenties voor de complementair therapeut

Indien de uit te voeren werkzaamheden en de te dragen verantwoordelijkheden van een behandelaar in de complementaire behandelwijzen (natuurlijke geneeswijzen) en de beroepsmatige context waarin hij zijn werkzaamheden verricht, gelegd worden naast het totaal pakket van bovengenoemde kernbegrippen, moet geconcludeerd worden dat de complementair therapeut dient te functioneren op HBO-niveau.

Uitgaande van de hoge mate van professioneel gedrag, het zelfstandig werken aan en met medemensen, het zelfstandig definiëren, analyseren en oplossen van de aangeboden problematiek, komen tot vaststelling en uitvoering van een behandelwijze (therapie) waaraan kwalitatief hoge eisen worden gesteld, is het niet denkbaar dat deze werkzaamheden op een lager niveau kunnen worden uitgevoerd dan op dat van het HBO-niveau.

Een opleiding op HBO-niveau betekent echter wel dat in de eindtermen van deze opleiding het totaalpakket van de hier beschreven HBO-niveau kernbegrippen is terug te vinden en dat in het leerplan wordt aangegeven op welke wijze deze eindtermen worden behaald. Tenslotte zal door zelfevaluaties en objectieve visitaties de realisering van deze eindtermen moeten kunnen worden aangetoond. Vooral na uitvoering van deze laatst genoemde eis zal blijken of het genoemde predikaat 'een opleiding op HBO-niveau' terecht is toegekend.

Medische basisvorming op MBO of HBO niveau?

Discussienota

Al vele jaren voert men in de natuurlijke genees- en behandelwijzen een discussie over het niveau en de inhoud van de medische basisvorming die noodzakelijk is voor een goede therapeut.

De FONG heeft in 1995 samen met de LOI en een koepel van beroepsverenigingen eindtermen vastgesteld voor de (medische) basisvorming voor therapeuten in de natuurlijke genees- en behandelwijzen. Binnen de Fong vinden besprekingen plaats rond de Eindtermen van Module 1 die het kennis- en begripsaspect betreffen van vakken als anatomie, fysiologie, pathologie en EHBO van de medische basisvakken. Hierover laten een groep artsen en andere deskundigen, verenigd in een werkgroep van de Fong, hun licht schijnen. Het doel is om te komen tot gelijkluidende opvattingen.

Onderscheid opleidingen vier niveau's

Het Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) maakt een onderscheid in de opleidingen op vier verschillende opleidingen niveaus:

Niveau Opleiding Duur
eenvoudige uitvoerende werkzaamheden Assistentenopleiding 1 jaar
uitvoerende werkzaamheden Beroepsopleiding 2 jaar
volledige zelfstandige uitvoering van werkzaamheden Vakopleiding 3 - 3,5 jaar
Volledige zelfstandige uitvoering van werkzaamheden met brede inzetbaarheid dan wel specialisatie Middenkaderopleiding
Specialistenopleiding
3 - 4 jaar

Medische basiskennis op HBO-niveau

Opleidingen voor natuurgeneeskunde, klassieke homeopathie en natuurgeneeskundige massage, houdings- en bewegingstherapie hebben weinig problemen om de eindtermen op HBO-niveau in de opleiding te realiseren. Veelal wordt ook als eis gesteld dat de 'startkwalificatie' is: minimaal havo of MBO-medisch met biologie en scheikunde. De handboeken zijn vergelijkbaar met de opleidingen voor de verpleegkundige en de (para)medische opleidingen.

- HBO-certificaat

In deze opleidingen kan worden toegewerkt naar de HBO-deelkwalificatie medische basiskennis die wordt beloond met een HBO-certificaat. De docentcontacturen voor dit certificaat kunnen bijvoorbeeld variëren tussen de 160 en 300 klokuren. Daarbij is het nog wel van groot belang om meer inzicht te krijgen welke kennis- en begripsaspecten in deze beroepen in de opleiding aan de orde dienen te komen. Een voorstel hierover is op het ogenblik in de FONG onderwerp van bespreking.

Medische basiskennis op MBO-niveau

Opleidingen die zich specifiek richten op Psychosociale Geestelijke Begeleiding zouden kunnen volstaan met een veel beperkter programma in de medische basisvakken. Zij zouden daarbij meer aandacht kunnen besteden aan bijvoorbeeld psychopathologie, persoonlijkheidsproblematiek en ziektebeelden. Paranormale Geneeswijzen en Oosterse Geneeswijzen hebben ieder hun eigen filosofische opvattingen. Zij zouden kunnen volstaan met een minimum pakket van de westerse medische kennis. Voor deze opleidingen kunnen we ons voor de medische basisvorming spiegelen aan de niveaus 3 en 4 van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Zie hiervoor de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) die op 1 januari 1996 van kracht is geworden.

Veelal wordt ook als eis gesteld dat de 'startkwalificatie' is: minimaal mavo.

- HBO-deelkwalificatie

In de opleiding voor natuurlijke genees- en behandelwijzen kan voor dit onderdeel toegewerkt worden naar de MBO-deelkwalificatie medische basiskennis welke wordt beloond met een MBO-certificaat. De docentcontacturen voor dit certificaat kunnen bijvoorbeeld variëren tussen de minimaal 60 en hoogstens 120 klokuren. Ook hier is het van groot belang om meer inzicht te krijgen welke kennis- en begripsaspect in deze beroepen in de opleiding aan de orde dienen te komen. De handboeken kunnen worden ontleend aan de opleidingen voor het Middelbaar Dienstverlenend en Gezondheidsonderwijs (MDGO).

Het niveau van de beroepsbeoefenaar

Binnen de Fong wordt er op het ogenblik van gedachten gewisseld over de volgende 'beroepstitels':

Mogelijke beroepstitels Studieduur Niveau beroepsuitoefening
- Therapeut HBO-niveau

- A-Therapeut

- "PHD"

- "Senior"-therapeut

Opleiding 4 tot 5 jaar.

Naar analogie van de Wet op het Hoger en Wetenschappelijk onderwijs (WHW)

Dit zijn therapeuten die lid zijn van een gekwalificeeerde beroepsvereniging en die voldoen aan:
  • de Eindtermen voor de Basisvorming en
  • de Beleidsregels voor de Praktijkvoering en
  • een uurnorm van minimaal 16 uur per week praktijkvoering, waarvan 9,5 uur cliëntgebonden.
Therapeut HBO-niveau

- B-Therapeut

- "Master"

- "Junior"-therapeut

Opleiding 3 tot 4 jaar

Naar analogie van de Wet op het Hoger en Wetenschappelijk onderwijs (WHW)

Dit zijn therapeuten die (kandidaat) lid zijn van een gekwalificeeerde beroepsvereniging en die:
  • voldoen aan de Eindtermen Basisvorming als beginnend of oudere beroepsboefenaar en
  • zich verplichten tot nascholing en
  • voldoen aan de Beleidsregels Praktijkvoering en
  • voldoen aan minimaal een uurnorm van 4 uur per week, waarvan 2 uur cliëntgebonden.
- Therapeut MBO-niveau

- C-Therapeut

- "Bachelor"

- "Hulpverlener"

Opleiding 2 tot 3 jaar

Naar analogie van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)

Dit zijn hulpverleners die volledig zelfstandig werkzaamheden uitvoeren als bijvoorbeeld Paranormaal hulpverlener en Voetreflexzone-therapeut zonder verdere scholing.

Naar de beroepsverenigingen toe en naar de patiënten- cliëntenorganisaties dient in de komende jaren duidelijk te zijn op welk niveau een beroepsbeoefenaar functioneert. Als het om een opleiding op HBO-niveau of MBO-niveau gaat, dan hoeven opleiders niet van te voren zeggen: 'de studenten moeten dit en dat weten', maar: 'waar zouden deze mensen over dienen te beschikken om een goede therapeut te zijn in de Nederlandse gezondheidszorg.