MODULE 2
Basiskennis in de menswetenschappenof sociaal maatschappelijke basisvakken met vakken als ethiek/filosofie, psychologie, communicatieve vaardigheden, sociologie en culturele antropologie en therapeutische vorming.
Afgestudeerde kan functionele relaties aangaan en onderhouden in het werk.
Afgestudeerde kan in een relatie met een patiënt/cliënt rekening houden met factoren die het communicatieproces beïnvloeden. Dit houdt onder meer in:
- afgestudeerde heeft inzicht in processen van overdracht en tegenoverdracht en heeft het vermogen dat inzicht in zijn gedrag tot uiting te laten komen.
- afgestudeerde is zich bewust van de energetische ruimte van zichzelf en van zijn patiënt/cliënt; bovendien is hij zich er van bewust wat er op energetisch niveau tussen hem en de patiënt/cliënt gebeurt en respecteert hij daarbij de grenzen tussen hem en de patiënt/cliënt.
- communicatieve vaardigheden toepassen;
- tegenstrijdige wensen en belangen tegen elkaar afwegen en beslissingen nemen.
Afgestudeerde kan het beroepsgeheim hanteren bij het te woord staan van de patiënt/cliënt en bij de daar uit voortvloeiende activiteiten.
Afgestudeerde kan de privacy van de patiënt/cliënt respecteren.
Afgestudeerde kan in zijn beroepshouding blijk geven van aandacht en interesse voor de patiënt/cliënt.
- rekening houden met factoren die het eigen gedrag en dat van anderen beïnvloeden;
- in de omgang met de patiënt/cliënt rekening houden met specifieke lichamelijke en psychosociale problemen die samenhangen met de verschillende levensfasen;
- op de juiste wijze omgaan met de emoties van de patiënt cliënt;
- zorgvuldig zijn in de omgang met de patiënt, zeker in situaties waarin de patiënt/cliënt geheel dan wel gedeeltelijk ontkleed is.
Afgestudeerde kan omschrijven hoe socialisatieprocessen verlopen en welke rol gezin, school en massamedia hierbij spelen.
- omschrijven wat de betekenis is van het onderlinge verband tussen de begrippen waarden, normen, cultuur en multiculturele samenleving;
- de Nederlandse samenleving typeren als een multiculturele samenleving en aangeven wat hiervan mogelijke consequenties zijn voor het eigen (beroeps)gedrag en dat van anderen;
- beïnvloeding door socialiserende instituties herkennen en hiermee kritisch omgaan.
- rolpatronen tussen jongens/mannen en meisjes/vrouwen herkennen, de achtergronden hiervan verklaren en aangeven hoe ongelijkheid tussen de seksen zich kan manifesteren;
- omschrijven wat wordt verstaan onder afwijkend gedrag en hiervoor verklaringen geven;
- functie en betekenis benoemen van normen, regels en sociale controle.
Afgestudeerde kan functies van het gezin noemen en herkennen, alsmede aangeven welke veranderingen zich met betrekking tot deze functies hebben voorgedaan respectievelijk voordoen.
- uiteenzetten dat de aard en de functies van het gezin en andere samenlevingsvormen historisch en cultureel bepaald zijn;
- de geschiedenis van het gezin beschrijven en daarbij een onderscheid maken tussen verschillende gezinstypen;
| Dit houdt in: |
|
- toelichten waarom het voor een natuurlijk therapeut van belang is inzicht te krijgen in de geschiedenis, de functies en de problematiek met betrekking tot het gezin;
- globaal de inhoud aangeven van wetten en regels met betrekking tot samenlevingsvormen waaronder het huwelijk alsmede wijzen op veranderingen in de huidige tijd;
- oorzaken herkennen van het verschijnsel echtscheiding;
- globaal de inhoud aangeven van wetten en regels met betrekking tot echtscheiding;
- de maatschappelijke achtergronden en consequenties schetsen van belangrijke gezinsproblemen;
- de achtergronden van samenlevingsvormen buiten het huwelijk/gezin omschrijven.
Afgestudeerde kan als natuurlijk therapeut omgaan met de oudere zorgvrager rekening houdend met de verscheidenheid binnen deze categorie en de specifieke maatschappelijke positie die ouderen in onze moderne samenleving hebben.
- de achtergronden schetsen van het proces van vergrijzing;
- maatschappelijke gevolgen van vergrijzing onderscheiden;
- de veranderde maatschappelijke positie en status van de oudere in onze samenleving verklaren;
- enkele belangen van de groep ouderen in de samenleving verwoorden en aangeven op welke wijze deze belangen behartigd worden door belangenorganisaties;
- onderscheid maken tussen verschillende vormen van hulpverlening aan ouderen en de achterliggende visies aanduiden.
Afgestudeerde kan gewoonten en opvattingen beschrijven van culturele minderheidsgroepen en de consequenties voor zijn handelen noemen.
- omschrijven wat wordt bedoeld met het probleem van de tweede en derde generatie;
- discriminerend gedrag bij zichzelf en anderen herkennen en het vermogen ontwikkelen om met mensen om te gaan op basis van gelijkwaardigheid.
Afgestudeerde kan omschrijven welke visies en ontwikkelingen in deze eeuw een rol speelden in de zorg voor gehandicapten.
- een onderscheid maken tussen verschillende handicaps en voorbeelden noemen van organisaties van/voor gehandicapten;
- omschrijven op welke wijze de integratie van gehandicapten in de samenleving kan worden bevorderd en welke bijdrage een natuurlijk therapeut hieraan kan leveren;
- verschillende woon-/zorgvoorzieningen voor gehandicapten noemen en de onderlinge verschillen aangeven.
Afgestudeerde kan in de omgang met de patiënt/cliënt rekening houden met de begrippen gezondheid, ziekte en afwijkend gedrag.
- in de omgang met de patiënt/cliënt rekening houden met de subjectieve beleving van gezondheid; herkennen welke rol de persoonlijke beleving of 'waan' van de patiënt/cliënt speelt in diens leven; dit terugkoppelen naar de patiënt/cliënt door te spiegelen en dergelijke;
- er rekening mee houden dat de patiënt/cliënt een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de eigen gezondheid en die van anderen;
- gezond gedrag in verband brengen met minder ziekte, een langer leven en lagere kosten voor de gezondheidszorg;
- gevolgen aangeven van overmatig alcoholgebruik, roken, verkeerde eetgewoonten, gebruik van soft- en harddrugs.
Afgestudeerde kan gezondheidszorg, samenleving en ethiek met elkaar in verband brengen.
- ontwikkelingen in de samenleving in verband brengen met de organisatie van de gezondheidszorg;
- de invloed van opvattingen over ethische en gezondheidsvraagstukken op de gezondheidszorg aangeven.
Afgestudeerde heeft globale kennis van de moderne stromingen en inzichten binnen de psychologie, de pedagogiek, de ethiek en de filosofie voor zover deze betrekking hebben op zijn beroepsuitoefening als natuurlijk therapeut.
- aangeven welke leeftijdsfasen op basis van de ontwikkelingspsychologie worden onderscheiden.
- het begrip ethiek omschrijven alsmede actuele ethische vraagstukken binnen de gezondheidszorg met hun achtergronden noemen.
- filosofische stromingen en inzichten in relatie brengen tot de alternatieve geneeskunde.
Afgestudeerde kan de belangrijkste betekenissen van arbeid/werk/vrije tijd onderscheiden.
- een eigen visie op vrijwilligers en betaald werk verwoorden en relateren aan visies die binnen de samenleving bestaan ten aanzien van de arbeidsethos;
- herkennen dat zich bij de beroepsuitoefening als natuurlijk therapeut dilemma's kunnen voordoen, die betrekking hebben op fundamentele waarden en normen;
- eigen waarden en normen betrekken bij het beoordelen van een casus, waarin sprake is van een dilemma m.b.t. de beroepsuitoefening.
--- Volgende module ---
