| Paranormale geneeswijzen | ||
|
Aan de ontwikkeling van de gaven gaat de ontdekking vooraf. Bijna 50% van de genezers werd gewezen op hun gaven door een ander en meer dan 25% van de genezers ontdekte de gave in eerste instantie bij zichzelf. Bij de naam die men het beste vindt passen bij het beroep kiest 36% voor de naam paranormaal genezer en 25% voor de naam magnetiseur. Verder kiest 15% voor de naam geestelijk genezer, 5% voor spiritueel genezer en 4% voor paranormaal werker. Voor de in de volksmond bekende naam "strijker" kiest niemand. Aandoeningen die veel worden behandeld zijn lichamelijke aandoeningen, lichamelijke klachten en psychische aandoeningen/klachten. Veel genezers (64%) zijn van mening, dat een opleiding voor of tot paranormaal genezer wenselijk is. Een niet te verwaarlozen groep (14%) vindt dit niet wenselijk (22% heeft geen mening). Het is vooral een aantal oudere genezers, die een opleiding niet wenselijk vinden. Genezers in de middengroep en de jongere genezers spreken zich in het algemeen positief uit voor een opleiding op hun vakgebied. Deze gegevens zijn ontleend aan het boekje Beroepsprofiel Paranormaal Genezer, dat in gezamenlijk overleg met de beroepsorganisaties voor de paranormale geneeswijze in de gezondheidszorg in Nederland is opgesteld. Uitgave 1993 Stichting "het Johan Borgmanfonds", p/a Dr. J.T.M. Atteveld, Postbus 467, 1000 AL Amsterdam. OpleidingenLid FONG
|